Ventilatie in sport en entertainment
CO2-meting is essentieel
Maar het kan ook zonder die planning. Want wat dan als een ruimte onverwacht gebruikt wordt, het schema wijzigt of er een sportwedstrijd is met meer volk in de tribune dan verwacht? Dan is de CO2-concentratie in een ruimte de beste parameter die wijst op aanwezigheid van mensen en dus de noodzaak voor ventilatie.
CO2-sensoren - al dan niet in combinatie met variabele luchtvolumekleppen - sturen dan het luchtvolume van de ventilatie automatisch.
Als er veel mensen aanwezig zijn en er fysieke inspanningen geleverd worden, is de temperatuur ook een uitstekende basis voor de bepaling van het ventilatiedebiet.
Lage luchtsnelheid
Het kan nodig zijn dat de luchtsnelheid van de ingeblazen lucht afgestemd wordt op de activiteit in de ruimte. Bij badminton bijvoorbeeld kan te veel luchtverplaatsing het traject van de shuttle beïnvloeden.
En in een bioscoop en theater mag de ventilatie geen onaangenaam tochtgevoel creëren omdat de luchtsnelheid te hoog ligt.
Comforttemperatuur
In zowel sport- als entertainmentinfrastructuur kan de ventilatie een belangrijk aandeel hebben in het warmtebehoud. In een sporthal bedraagt de comforttemperatuur vaak 16°C.
Dan is de warmterecuperatie en eventueel naverwarming van de ingeblazen lucht voldoende om aan de warmtebehoefte te voldoen. Ook in andere - vaak grote - ruimtes is een maximale warmterecuperatie in functie van energie-efficiëntie aangewezen.
Apart regime voor kleedkamers, cafateria...
In sport- en entertainmentinfrastructuur hebben weliswaar niet alle ruimtes dezelfde ventilatiebehoefte. Neveninfrastructuur zoals douches, kleedruimtes en cafetaria hebben andere noden dan de centrale sport- of entertainmentruimte.
Zeker in vochtige ruimtes zoals douches en kleedruimtes is het aangewezen om te ventileren op basis van vochtmeting om schimmelvorming te voorkomen.
Door de ventilatie in zones op te delen, kan je een antwoord bieden op deze problematiek.